de WoudaapGa naar een van de andere molens: |
Geschiedenis De WoudaapMolen De Woudaap is een in of kort na 1651 gebouwde achtkante bovenkruier. Hij bemaalde de 710 ha grote Krommenieër- Woudpolder op de Schermerboezem. De landschappelijke waarde van de in een open weidegebied en aan de Nauernase Vaart gelegen molen is groot. Op 14 maart 1651 werd octrooi verleend tot bedijking van een veenachtig gebied, dat nadien de polder ‘t Woud zou worden genoemd. In het zuiden grensde deze polder aan de polder Krommenie die ongeveer gelijktijdig ontstond en eveneens werd bemalen door een achtkante molen. Deze molen, De Pulp genaamd en vermoedelijk later veranderd van binnenkruier tot buitenkruier, was in 1864 nog uitgerust met een scheprad. Hij stond ca 1,25 km ten zuiden van de Woudaap, ook aan de Nauernase Vaart. In 1877 werd hij afgebroken en verrees op zijn plaats een stoomvijzelgemaal dat later werd geëlektrificeerd en van een pomp voorzien. Nadat reeds eerder overeenkomsten tot wederzijdse bijstand waren afgesloten, volgde met ingang van 1 januari 1948 samenvoeging van beide polders tot de Krommenieër- Woudpolder. De molen De Woudaap, die in 1864 werd vervijzeld, is nog steeds regelmatig voor de bemaling van deze polder in bedrijf. Vroeger stond in de zuidwesthoek van de polder ‘t Woud een kleine achtkante schepradmolen, die in 1718 was gebouwd en De Waterdief werd genoemd. Dit molentje moest in tijden van droogte vers polderwater vanuit de polder ‘t Woud opmalen in de aangrenzende polder De Noorderbuitendijken. Deze polder was in dat jaar ontstaan door indijking van een opgeslibd gedeelte van de vroegere zeearm de Krommenie en kon door zijn hoge ligging niet anders dan op deze wijze van water worden voorzien. De Waterdief werd in 1926 afgebroken en vervangen door een klein elektrisch gemaaltje. |
8-kante grondzeiler Contactpersoon Maalvaardig: Ja, maalt Bouwjaar 1651 |